De Afdaling

Zijn stem past uitstekend bij zijn verschijning. Als iemand hem na een telefoongesprek voor het eerst ontmoet is het nooit een verrassing. Zijn donkere, diepe stemgeluid past bij de brede kaklijn, de donkere wenkbrouwen en het stugge zwarte haar op zijn hoofd. Hj is trots op zijn stem, iets geaffecteerd, maar door zijn trage stemgeluid nooit kakkineus. De stem van zijn vader.

Zijn schoenen maken een klakkend geluid op de harde grond. De kunststof plaatjes onder de schoenen zorgen ervoor dat lopen een komische aanblik moet bieden. In de keuken houdt hij stil; hij vult een glas met cola en slaat dit in een teug achterover. Onder zijn wielerschoenen ontstaat nu een plasje. Het regent nog steeds buiten en Jan heeft net 132 kilometer getraind. Een korte training, maar het was koud en nat geweest. Jan zet het colaglas op het granieten aanrecht en loopt door naar de badkamer. Als hij de deur achter zich sluit hoort hij alleen nog het vollopende bad.

Vier jaar geleden was Jan prof geworden. In het warme water probeert hij zijn eerste gesponsorde racefiets voor de geest te halen. Een felblauwe Cannondale. Om op die fiets te rijden was als een droom. De eerste rit die hij er op reed won hij, dat was een etappe in de ronde van Duitsland. Zijn vader had de knipsels met zijn foto ingeplakt in zijn plakboek.

Terwijl het water een kolkje boven de afvoer van het bad veroorzaakt droogt Jan zich af. De spiegel is beslagen maar Jan kan aan zijn benen zien dat hij fit en mager is. De bovenbeenspieren liggen als lage heuvelruggen op zijn dijen. Een scherpe rand is door de zon getekend om aan te geven waar zijn koersbroek ophoud en waar zijn onbeschermde benen beginnen.

Langs het raam bij de deur vormt zich een schaduw.  Zelfs de schaduw van Karl is klein en gezet. Jan verbeeld zich dat hij door het matte raam zijn ogen kan ontwaren als hij de sleutel in het slot hoort omdraaien.  Karl is in een goede stemming, wat Jan kan zien aan de kuiltjes in zijn wangen. Onder zijn beige regenjas draagt hij een oude gebreide trui, in zijn hand heeft hij een papieren zak met inhoud. ‘Het is gewoon gelukt!’ roept Karl uit. Zonder verdere uitleg trekt hij een fles Sekt uit de papieren zak en begint deze open te maken. Zijn worstige vingers maken amechtige bewegingen om de gevangen kurk te laten ontsnappen aan het ijzerwerk. Met een droge knal trekt Karl de kurk uit de fles. Op zijn voorhoofd glimt een vernis van zweetdruppels vermengd met regen. Een waterige glimlach vormt zich rond Jans lippen als hij zijn broertje zo bezig ziet. ‘Hoeveel?’ vraagt hij, terwijl hij het antwoord al weet.

Het huis is dus verkocht. Het huis waar Jan en Karl geboren zijn. Het huis waar ze beiden hebben leren lopen. Leren fietsen. Een onbestemd gevoel raakt Jan in zijn maagstreek. Hij is er al twee jaar niet geweest. Verkoop is de enige optie. Karl neemt nog een tweede glas Sekt. Jan volgt zijn voorbeeld niet, maar schenkt zich een glas appelsap in. Zijn benen voelen zwaar van de training van vandaag. Morgenvroeg zal hij zich melden bij de ploegarts, aansluitend laat hij zich dan masseren door de masseur. Karl heeft een bleek, rond gezicht. Alsof je naar de maan zit te kijken met rossig krulhaar er bovenop. Zijn ronde lach vult de ruimte. Jan is nergens liever dan hier. Jan is bij niemand liever dan bij Karl.

Als Jan zich deze avond later probeert te herinneren zal hij weten dat hij gelukkig was. Zijn broertje had na het tweede glas Sekt nog een derde en een vierde genomen. De lach was luider geworden en toen Jan zijn slaapkamer inliep hoorde hij Karl diep ademenend slapen op de bank.

Voor de deur is nauwelijks ruimte, waardoor Jan zijn Mercedes twee straten verder dan de Meininger StraBe moet parkeren. Met de grauwe geur van de ochtendstad loopt hij de trap van de kliniek op. De handreling is kil. Wanneer hij op de massagetafel ligt denkt hij terug aan gisteren.  Als de deur onderwijl opengaat is het de holle stem van ploegarts Tork die hem zegt nog even langs te lopen na zijn massage.

In de slecht verlichte spreekkamer ploft Jan in de klaarstaande stoel. Uit de oren van Tork groeien enkele springerige haren. ‘Je bloedwaardes zijn weer te hoog Jan.’ begint Tork het gesprek. ‘Dat is de derde keer dit jaar, ik moet de ploegleiding inschakelen.’

Ze waren vriendelijk geweest. Maar vooral duidelijk. Stricte regels, media-exposure en clausules. Het kwam er op neer dat Jan ontslagen werd. Een paria. En Jan kon alleen maar aan Pa denken. En aan Karl.

Advertenties

Een reactie op “De Afdaling

  1. Suus juni 14, 2009 / 4:32 pm

    hoeveel gasten mag je meenemen naar zo’n boekenbal?? 😉
    like it!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s