Schrijverij 2.0; De Afdaling

Waarde lezers van mijn bescheiden blogje; zoals u allen weet mag ik graag een verhaaltje proberen te schrijven. Met wisselend succes. Omdat ik het schrijven als inspirerend en leuk beschouw ben ik net weer begonnen aan een nieuw stukje. Mijn gedachte is om dit verhaal organisch te laten groeien. Leuk voor u als Vaste Lezer en leuk voor mij dacht ik zo. Op deze manier kunt u zien hoe het verhaal groeit. Het uiteindelijke doel voor uw columnist is om iets bekwamer te worden in het beschrijven van scènes en verzinnen van verhaallijnen. Voor commentaar (zowel inhoudelijk als stijl- en schrijftechnisch) kunt u dan reageren in de commentaarpositie. Zo maken we er samen een mooi verhaal van. De eerste alinea’s van mijn nieuwe verhaal staan inmiddels online. Bedankt voor het meelezen.

groet

DiLuci

Advertenties

De Afdaling

Zijn stem past uitstekend bij zijn verschijning. Als iemand hem na een telefoongesprek voor het eerst ontmoet is het nooit een verrassing. Zijn donkere, diepe stemgeluid past bij de brede kaklijn, de donkere wenkbrouwen en het stugge zwarte haar op zijn hoofd. Hj is trots op zijn stem, iets geaffecteerd, maar door zijn trage stemgeluid nooit kakkineus. De stem van zijn vader.

Zijn schoenen maken een klakkend geluid op de harde grond. De kunststof plaatjes onder de schoenen zorgen ervoor dat lopen een komische aanblik moet bieden. In de keuken houdt hij stil; hij vult een glas met cola en slaat dit in een teug achterover. Onder zijn wielerschoenen ontstaat nu een plasje. Het regent nog steeds buiten en Jan heeft net 132 kilometer getraind. Een korte training, maar het was koud en nat geweest. Jan zet het colaglas op het granieten aanrecht en loopt door naar de badkamer. Als hij de deur achter zich sluit hoort hij alleen nog het vollopende bad.

Vier jaar geleden was Jan prof geworden. In het warme water probeert hij zijn eerste gesponsorde racefiets voor de geest te halen. Een felblauwe Cannondale. Om op die fiets te rijden was als een droom. De eerste rit die hij er op reed won hij, dat was een etappe in de ronde van Duitsland. Zijn vader had de knipsels met zijn foto ingeplakt in zijn plakboek.

Terwijl het water een kolkje boven de afvoer van het bad veroorzaakt droogt Jan zich af. De spiegel is beslagen maar Jan kan aan zijn benen zien dat hij fit en mager is. De bovenbeenspieren liggen als lage heuvelruggen op zijn dijen. Een scherpe rand is door de zon getekend om aan te geven waar zijn koersbroek ophoud en waar zijn onbeschermde benen beginnen.

Langs het raam bij de deur vormt zich een schaduw.  Zelfs de schaduw van Karl is klein en gezet. Jan verbeeld zich dat hij door het matte raam zijn ogen kan ontwaren als hij de sleutel in het slot hoort omdraaien.  Karl is in een goede stemming, wat Jan kan zien aan de kuiltjes in zijn wangen. Onder zijn beige regenjas draagt hij een oude gebreide trui, in zijn hand heeft hij een papieren zak met inhoud. ‘Het is gewoon gelukt!’ roept Karl uit. Zonder verdere uitleg trekt hij een fles Sekt uit de papieren zak en begint deze open te maken. Zijn worstige vingers maken amechtige bewegingen om de gevangen kurk te laten ontsnappen aan het ijzerwerk. Met een droge knal trekt Karl de kurk uit de fles. Op zijn voorhoofd glimt een vernis van zweetdruppels vermengd met regen. Een waterige glimlach vormt zich rond Jans lippen als hij zijn broertje zo bezig ziet. ‘Hoeveel?’ vraagt hij, terwijl hij het antwoord al weet.

Het huis is dus verkocht. Het huis waar Jan en Karl geboren zijn. Het huis waar ze beiden hebben leren lopen. Leren fietsen. Een onbestemd gevoel raakt Jan in zijn maagstreek. Hij is er al twee jaar niet geweest. Verkoop is de enige optie. Karl neemt nog een tweede glas Sekt. Jan volgt zijn voorbeeld niet, maar schenkt zich een glas appelsap in. Zijn benen voelen zwaar van de training van vandaag. Morgenvroeg zal hij zich melden bij de ploegarts, aansluitend laat hij zich dan masseren door de masseur. Karl heeft een bleek, rond gezicht. Alsof je naar de maan zit te kijken met rossig krulhaar er bovenop. Zijn ronde lach vult de ruimte. Jan is nergens liever dan hier. Jan is bij niemand liever dan bij Karl.

Als Jan zich deze avond later probeert te herinneren zal hij weten dat hij gelukkig was. Zijn broertje had na het tweede glas Sekt nog een derde en een vierde genomen. De lach was luider geworden en toen Jan zijn slaapkamer inliep hoorde hij Karl diep ademenend slapen op de bank.

Voor de deur is nauwelijks ruimte, waardoor Jan zijn Mercedes twee straten verder dan de Meininger StraBe moet parkeren. Met de grauwe geur van de ochtendstad loopt hij de trap van de kliniek op. De handreling is kil. Wanneer hij op de massagetafel ligt denkt hij terug aan gisteren.  Als de deur onderwijl opengaat is het de holle stem van ploegarts Tork die hem zegt nog even langs te lopen na zijn massage.

In de slecht verlichte spreekkamer ploft Jan in de klaarstaande stoel. Uit de oren van Tork groeien enkele springerige haren. ‘Je bloedwaardes zijn weer te hoog Jan.’ begint Tork het gesprek. ‘Dat is de derde keer dit jaar, ik moet de ploegleiding inschakelen.’

Ze waren vriendelijk geweest. Maar vooral duidelijk. Stricte regels, media-exposure en clausules. Het kwam er op neer dat Jan ontslagen werd. Een paria. En Jan kon alleen maar aan Pa denken. En aan Karl.

Gemengde Gevoelens in Delft

Hij had weer geen shawl kunnen vinden vanmorgen. Sinds hij kinderen had was Taco Bavelaar vaker dan hem lief was zaken kwijt. En nu zat hij dus met een koude nek op zijn fiets naar Delft. Een kleine slag zat er nog in zijn voorwiel. Als de slag niet erger werd zou hij hem er vanmiddag nog uit kunnen halen. Het fietspad leidde langs de Vliet die zwart en koud naar hem opkeek. Hij huiverde, die verrekte shawl ook. 

Vandaag zal Sean Pieters samen met Kuijk, Ruppert, van Oostveen en stuurman Den Drijver officieel de Oude Vier van Laga worden. In de kleedkamer maken ze grapjes.  Sean voelt zijn halsslagader kloppen. Het gevoel van een wedstrijd. van spanning. Meer te verliezen dan te winnen.”De oud-leden krijgen een mooie show!” roept Kuijk tegen niemand in het bijzonder. 

Hij zette zijn fiets op de standaard naast het prachtige botenhuis van Laga. Er stonden twee zilveren auto’s op de stoep geparkeerd waar Taco zich tussendoor moest wringen. Opzichtige chromen spiegelkappen prikten in zijn zij. Vroeger stond hier alleen de botenwagen, of de motorfiets van een 10de jaars lid. Hij zuchtte. Tijden veranderen.

De handen van Sean zijn klam als hij de boordrand van de boot vastpakt om deze het botenhuis uit te tillen. Hij loopt achteraan en moet hoog rijken om grip te houden op de Empacher. In zijn magen strijden zijn zenuwen om de boterham met banaan van zoeven binnen te houden. 

De jaarlijkse Oud- Ledendag op Laga. Hij kon er moeilijk aan wennen dat hij daar rond liep. Als sporter had Taco hier goede jaren gehad. Hij had het hoogst haalbare, het Wereld Kampioensschap Roeien behaald in zijn top jaren.  5.35 Roeide hij toen in de acht, nog altijd het Laga-record. 

Vanaf de boegpositie ziet het er rustig uit. De trage klappen van van Oostveen op slag maken dat Sean weer rustig wordt tijdens het oproeien. De tweedejaars, tegen wie de spar feitelijk gaat, maken ruzie en kijken geïntimideerd opzij. Coach Jan Willem steekt zijn duim op vanaf de kant.

Daar was Eeke! Taco was tweedejaars toen Eeke van Nes lid werd, maar ook toen al voelde hij zich geïntimideerd. Hij, de pezige werktuigbouw student en zij, de ferme jeugroeister die kwam studeren. De blossen op haar wangen waren er nog steeds.

Ruppert werpt hem een blik toe die had kunnen doden. Sean heeft een gortdroge mond en neemt nog snel een slok water. Den Drijver probeert de boot zo goed mogelijk onder de wal te manouvreren. 

Vanaf de kant ziet Taco hoe de tweedejaars wegsprinten bij de start. Wonderlijk want de beoogde Oude Vier blijft gewoon liggen. De tweedejaars wordt gemaand terug te komen, maar roeien stug door.

Lafaards! Lafaards! dat is alles wat Sean nog kan denken tijdens deze eerste halen. De start loopt goed. Zoals ze van Jan Willem geleerd hebben. Den Drijver geeft aan dat ze op tempo 38 zitten nu. Netjes. Die rotzakken uit de tweedejaars vier ook. Ze hadden hier zullen winnen. De titel Oude Vier willen opeisen. 

In 1997 won Laga de Varsity voor het laatst. “Misschien dit jaar weer,” prevelt Taco hardop. In 1993 waren ze vol voor de overwinning gegaan en werden derde. In 1994 waren ze beter dan ooit maar werden ze tweede achter de Nereus vier met Bartman op slag. In datzelfde jaar werd hij vierde op het WK. Weer geen medaille.

De coach is vol goede moed na de spar sessie. De geklokte tijden zijn top en zelfs Ruppert moet toegeven dat de start waanzinnig goed was. Als ook de president ze feliciteert met de titel Oude Vier 2009 dringt het pas echt tot Sean door. Hij zal er bijzijn in april. Hij roeit in de 127ste Oude Vier van Laga!

Het roerstaafje maakt een klein kolkje in zijn koffie terwijl hij de zoetstof door zijn koffie roert. In een grote teug slaat hij de hete vloeistof achterover. Taco denkt aan Eeke; het mooiste meisje van de wereld. Zijn dochter Eeke die op 5 april haar verjaardag viert. Met een glimlach rond zijn lippen zoekt Taco naar zijn sleutel en stapt op zijn fiets. Naar huis.

Get Back Joe

Op het dakterras herinneren alleen de doodgevroren geraniums nog aan de voorbije zomer. Het is in jaren niet zo koud geweest als Jan Willem Gabriels vandaag het vuilnis op een hoek van het terras zet. Snel trekt hij de deur achter zich dicht. Een huivering trekt door zijn grote lichaam als hij de woonkamer weer binnenstapt. De radio bromt op de achtergrond als hij zich realiseert dat het al weer vrijdag is. De dagen glijden voorbij. Buiten lopen mensen met mutsen op. De kou houdt nu al twee weken aan, en mensen verkeren in een permanente staat van opwinding. Buiten worden handen geschud, er wordt gelachen en op schouders geslagen.

Hij zou nu advocaat moeten zijn. Zaken doen vanuit het glimmende kantoor van Boekel de Neree aan de zuidas. Maar in plaats daarvan zit hij deze ochtend in zijn ochtendjas een zak borrelnootjes op te eten. Een jaar geleden. Een jaar geleden had hij het bedacht. De cirkel zou rond zijn. 10 jaar roeien. Olympisch Zilver in 2004, medailles in 2005 en 2006. Wereldbekeroverwinningen in 2007 en 2008. Bekroond met Olympisch Goud in 2008. En dan stoppen met roeien en gaan werken. Hij had het Caro beloofd.

Instinctief zet hij de fles cola zo aan zijn mond. Carolien heeft er een hekel aan als hij dat in huis doet, maar zij is aan het werk. Het goud werd een achtste plaats. Het slechtste resultaat van de vier zonder in vier jaar. En nu kon hij niet stoppen met topsport. Hij was die jongen van het succes. Afgelopen jaar zette hij nog een nationaal record op de ergometer neer. Hij was de sterkste Nederlandse roeier ooit. Is. Is. Is!

Gijs belt. Jan Willem trekt een grimas als hij opneemt. Gijs, zijn vriend, zijn maat, zijn tegenpool. Het natuurtalent. De laatste maanden hadden Gijs en hij elkaar moeten missen. Gijs zat in Zuid Amerika om bij te komen na de Spelen. Hij zou gaan werken. Afgezegd. Opgezegd. Hoe noem je dat eigenlijk als je een baan beëindigd nog voordat je hem bent begonnen? Gecancelled zouden de Amerikanen zeggen. Gijs en hij voeren een vertrouwd gesprek.  De tweeling van Matthijs. Het huis van Geert. De laatste mail van Mark. De medailles die Gijs wel had en hij niet. Alof er niets gebeurt was. Alsof ze vanmiddag gingen trainen. Alsof ze in Beijing Goud gingen winnen.

Nog vier jaar. Dan zou hij 33 zijn. Nog best jong eigenlijk. Nog vier jaar twee keer per dag trainen. Nog vier jaar iedere dag in trainingsbroek naar de Bosbaan. Er werd nu geschaatst op de Bosbaan. Dat scheen sinds 1997 niet meer te zijn gebeurd. Het is 10 minuten fietsen naar de baan maar hij is niet gegaan. Al die vrolijkheid. Zijn zusje zegt dat hij gewoon moet kappen. Trots zijn op wat je hebt bereikt en gewoon aan het werk gaan bij Boekel zei ze. Ze was erg lief voor hem geweest.

Goud. Wat maakt het uit? Hij heeft al zilver. Hij klinkt als Caro als hij het tegen zichzelf zegt. Hardop nu: Goud. Het is godverdomme zelfs het Lustrumthema van zijn Groningse club; Gewoon Goud. Alsof die puistige jongens en meisjes die zichzelf bestuur noemen weten wat je moet doen voor goud! Alsof ze weten van het afzien, de honger, de pijn. Gijs zegt altijd dat winnen beter is dan sex. En Gijs kan het weten. Zijn club. Gyas in Groningen. Alweer 11 jaar geleden was hij lid geworden. Als boersige hockeyer uit Drenthe had hij het meteen geweten. Dit was zijn sport. Hij had aanleg. Niet direct talent maar zeker aanleg. Hij was groot. Zwaar. Sterk. De sterkste eerstejaars die er ooit was in Groningen.

De afwas stond al een tijdje. Hij had Caro beloofd dat het vanavond weg zou zijn. Ze was heel redelijk geweest. Had hem absoluut gesteund bij zijn beslissing om niet te gaan werken Toen ze merkte dat er van trainen niets kwam verlangde ze simpelweg dat hij een aantal taken in het huishouden op zich zou nemen. Zoals zij de laatste jaren vanzelfsprekend voor hem gedaan had. De pannen gleden onder zijn handen het warme sop in.

Op straat was een opstootje. Drie jongens waren naar elkaar aan het schreeuwen. Jan Willem verstond niet wat ze zeiden maar hun dreigende armgebaren spraken boekdelen. Een jongen kreeg een duw. Twee jongens begonnen nu de kleinste uit het zicht van de straat in zijn maag te stompen. Zijn tas met boeken werd omgekeerd boven de amsterdamse klinkertjes van zijn straat. Zijn straat. De afwasborstel trilde in zijn hand. Opeens was hij onderweg naar beneden. Twee trappen, zijn hand soepeltjes langs de leuning. De deur. Hij stond nu buiten. De jongens waren druk met schreeuwen en gooiden nu de boeken naar de jongen die inmiddels op de grond lag. 100 meter misschien. Het leken er meer. Om de dorre smaak uit zijn mond de verdrijven slikte hij twee keer en stapte op het gezelschap af.

Gijs, Matthijs en Geert zijn zijn beste vrienden geworden. Ze deelden de pijn van het verlies in Beijing. Maar ook de eenzaamheid die nu achterblijft. De Holland 4 is over. Voorbij.

De politieagenten die hem ondervragen snappen er niks van. Deze grote man in zijn badjas had zojuist eigenhandig een scholier ontzet en in het voorbijgaan twee jonge hooligans bewusteloos geslagen. De sigarenboer die de politie gewaarschuwd had, sloeg hem bemoedigend op zijn schouder. Het waren toch klootzakjes. Jan Willem voelt de tinteling in zijn handen. Op de radio klinken de Beatles met ‘Get Back Joe’. De endorfine pompt nog door hem heen maar neemt nu snel af. Rustig, hij hoort zichzelf uitleggen wat er gebeurd is. Op rustige, duidelijke toon legde hij uit wat er feitelijk heeft plaatsgevonden. De agenten knikken. Hij heeft een goed geheugen. Ze schrijven het op.

“Get Back Joe!” schelt uit de holle autospeakers. Hij moet gaan trainen. Kort. Nog 1 keer laten zien wie de beste is. Goud moet er te winnen zijn. En dan naar Boekel. Hij weet het. Hij wist het ergens altijd al. De Varsity in Houten in april zal zijn laatste wedstrijd zijn. De Varsity van 2009 zal gewonnen worden door hem. Door Gyas. Voor Gyas.

Australia

Aangezien mijn lezers over het algemeen ook mijn vrienden zijn, weten de meesten van jullie dat ik met J. in Australie vertoef. Een soortement van pre-honeymoon dus. Het is hier natuurlijk fantastisch maar de Australiers zijn toch ‘rare jongens’. Zo rijden ze graag in wagens met een laadbak maar die niet op het onverhard kunnen. Hebben ze een heel klein dik muntstuk wat twee dollar waard is en drinken ze vies bier. Het meest bekende pils van Down Under (Fosters) blijkt enkel voor de export te worden gebrouwen en is zo zeldzaam als een Bittburger in Nederland.

Op het gebied van toerisme doen die Ozzi’s het handig. Op ieder denkbaar toeristisch punt is een fraai houten looppad gemaakt met voldoende mogelijkheden om ook met je rollator nog iets van het regenwoud/ocean view/ berglandschap te zien.

Voor het overige is het hier dus allemaal bonus, een aantal foto’s van de feestvreugde zijn hier linksonder te zien op mijn flickr account. Veel plezier met schaatsen en tot de 19de!